Taal mag geen barrière zijn als de zorgkwaliteiten aanwezig zijn
In woonzorgcentrum De Zilverberg, dat deel uitmaakt van Motena in Roeselare, gaan Annouk Callebert (directeur bewonerszorg) en Sofie Mylleville (teamcoach) bewust aan de slag met anderstalige medewerkers. In een sector waar vacatures moeilijk ingevuld raken, kiezen ze resoluut voor kansen geven. Maar niet zonder begeleiding en duidelijke verwachtingen.
“Onze vacatures bereiken anderstalige kandidaten vooral via de VDAB-website”, start Annouk. “En ja, soms zijn die sollicitaties spannend. Eén kandidate kwam zó zenuwachtig binnen dat ik haar zei: ‘Pak je gsm erbij en gebruik maar Google Translate.’ Zo hebben we het hele sollicitatiegesprek gedaan.” Bij WZC De Zilverberg leggen ze de lat voor taal niet meteen hoog. “We kijken eerst of iemand de zorg in de vingers heeft. Als die basis goed zit, dan kunnen we rond taal nog heel veel doen.”

Kandidaat-zorgverleners krijgen vaak een contract van bepaalde duur, meestal zes maanden. “Zo creëren we een veilige ruimte om te groeien én om te evalueren”, zegt Annouk.
Begeleiding op maat – en op de werkvloer
De echte inspanning begint na de aanwerving. “We verwachten inzet van beide kanten”, zegt Sofie. “Zij die moeite doen, krijgen van ons alle ondersteuning.” Die ondersteuning gebeurt zowel individueel als in groep. VDAB voorziet taalondersteuning op de werkvloer – tien uur gerichte taalcoaching per medewerker – met focus op de digitale zorgdossiers. Ook tools als Google Translate of de FACT-app op de tablets helpen de taaldrempels te verlagen.
“Daarnaast werken we heel praktijkgericht”, vult Sofie aan. “We nemen samen dagboeknotities door, leggen woorden uit en checken actief of alles begrepen werd. Niet ‘Heb je het begrepen?’, maar ‘Leg nog eens uit wat je nu gaat doen.’ Alleen zo kunnen we misverstanden vermijden.”
Tussen dialect en schrijftaal: de echte taaluitdagingen
De klassieke taalcursussen schieten soms tekort, merkt het team op. “Onze medewerkers leren algemeen Nederlands, maar hier spreken veel bewoners West-Vlaams”, zegt Annouk. “Uitspraken als ‘ik moet naar de koer’ snappen ze niet. Voor hen is ‘koer’ een binnenplein.”
Ook de zorgschrijftaal vraagt gewenning. “Zinnen in het dagboek zoals ‘heeft moeite met wandelen’ worden letterlijk geïnterpreteerd als ‘ze is moe’ ”, vertelt Sofie. “Daarom maken we nu extra tijd om samen door zulke zinnen te gaan.”
Medewerkers als sleutel tot succes

De collega’s op de werkvloer spelen een cruciale rol. “Ze zetten mee de dagstructuur op papier, helpen uitleggen, zijn geduldig”, zegt Annouk. “Maar we waken erover dat het niet te zwaar wordt. Eén anderstalige per leefgroep, dat werkt. Meer zou kunnen botsen.” Sofie bevestigt: “Als een collega voelt dat iemand zich inzet, dan komt er ook veel goodwill. Maar als de motivatie ontbreekt, dan groeit de frustratie. Dat geldt voor ons allemaal.”
“We zitten ook maandelijks samen”, voegt Sofie toe. “Wat lukt? Wat lukt nog niet? Kleine stapjes. En maak de verwachtingen ook expliciet naar het team toe. Soms denken collega’s dat alles meteen perfect moet zijn. Duidelijkheid helpt.” Annouk vult aan: “We geven richting en vangen verzuchtingen op. ‘Het loopt moeilijk’, ‘We begrijpen elkaar niet goed’ – dat moet bespreekbaar zijn.”
Attitude boven taalniveau
“Wij vragen geen formeel taalniveau zoals 2.4 wanneer iemand start.” zegt Annouk. “We kijken naar de spreekdurf, de inzet, de bereidheid om bij te leren.” Medewerkers die willen, krijgen kansen om door te groeien. Vindt een medewerkers dat engagement binnen de eerste 6 maanden niet, dan wordt de overeenkomst niet verlengd.”
De visie van Annouk en Sofie is realistisch én hoopvol: “We kunnen het ons niet permitteren om anderstalige kandidaten zomaar uit te sluiten. Als we willen blijven zorgen met kwaliteit, dan moeten we ook zorgen voor die zorgmedewerkers. Taal leer je niet op één dag, maar motivatie zie je meteen. En daarop bouwen wij.”
Die filosofie levert resultaat op: vandaag telt het woonzorgcentrum zo’n 15 tot 20 anderstalige medewerkers, verspreid over zorg, schoonmaak en logistiek. Sommigen spreken inmiddels vlot Nederlands, anderen groeien nog elke dag.